Bedrijfsrestafval in Vlaanderen al 23% lager
Sector en klanten voor op schema richting 2030
Brussel, 27 oktober 2026 – Vlaamse bedrijven zamelden in 2025 ongeveer 597.000 ton bedrijfsrestafval in, 5% minder dan in 2024. Dat blijkt uit het nieuwe OVAM-rapport over de productie van bedrijfsafval en bedrijfsrestafval. Ten opzichte van het gemiddelde van de referentieperiode 2018-2020 gaat het om een daling van 23%. Denuo, de werkgeversfederatie van private afvalbeheer- en recyclagebedrijven, ziet daarin het bewijs dat de gezamenlijke aanpak van de sector en haar klanten werkt. De Vlaamse doelstelling van 30% minder bedrijfsrestafval tegen 2030 ligt ruim binnen bereik.
Volgens de OVAM kreeg in 2024 bovendien 81% van het bedrijfsafval na maximaal twee verwerkingsstappen een tweede leven via hergebruik, recyclage, compostering of vergisting. De hoeveelheid bedrijfsafval groeit al jaren minder snel dan de economie.
“Deze cijfers zijn een pluim voor onze leden én voor hun klanten,” zegt Aarnout Ecker, General Manager van Denuo. “Met 23% minder restafval dan in de referentieperiode zitten we vandaag voor op schema. Dat is geen toeval, maar het resultaat van jarenlange investeringen en samenwerking tussen afvalinzamelaars, afvalverwerkers en de bedrijven die afval produceren.”

(bron: “Bedrijfsafval en secundaire grondstoffen in Vlaanderen 2012-2025”, OVAM)
De daling is volgens Denuo te danken aan drie sporen die elkaar versterken: de sensibilisering van klanten om beter te sorteren, een doorgedreven selectieve inzameling van onder meer keukenresten, en investeringen in geavanceerde sorteerinstallaties die bedrijfsrestafval nog nasorteren vooraleer het naar verbranding gaat.

(bron: “Bedrijfsafval en secundaire grondstoffen in Vlaanderen 2012-2025”, OVAM)
Inzetten op wat werkt
Gelet op deze resultaten pleit Denuo ervoor om de komende jaren verder in te zetten op de middelen die hun waarde hebben bewezen:
betere sortering aan de bron, door sensibilisering én handhaving;
een gelijk speelveld voor investeringen in de nasortering van bedrijfsrestafval, vooraleer het naar verbranding gaat.
“De cijfers tonen dat we op de goede weg zitten. Laten we dus versterken wat werkt, in plaats van het roer om te gooien,” zegt Ecker.
Geen opgelegde facturatie per kilogram
De OVAM noemt facturatie per kilogram restafval als mogelijke volgende stap. Volgens Denuo is dit daarvoor niet het moment. En daar voert de federatie drie redenen voor aan:
Ten eerste gaat het om een commerciële relatie tussen bedrijven, waarin een aanbod op maat nodig is.
Ten tweede zit de sector voor op schema om de doelstelling voor 2030 te halen. Er is dus geen dwingende reden om financieel in te grijpen.
Ten derde moeten de investeringen nu prioritair naar betere sortering gaan. Want daar ligt de sleutel voor de circulaire economie.
“Elke klant is anders. Een bakker, een kantoor of een fabriek heeft elk een eigen afvalprofiel en dus een eigen oplossing nodig,” besluit Ecker. “De middelen die we hebben, zetten we beter in op sortering, want daar zit vandaag de grootste winst voor de circulaire economie.”
Het volledige OVAM-rapport is beschikbaar via ovam.vlaanderen.be/bedrijfsafvalstoffen.